HAPPY CAMPER

Door Veerle Helsen

Ruim een halfjaar reisde ik solo in mijn camper Connor door Spanje en Portugal. De eerste avond sliep ik op een klif, vlak bij een lichtpaarse Westfalia. 's Morgens zag ik door de gordijnen hoe de bewoner koffiezette, zijn surfboard waxte en tanden poetste. Banaler kon niet, maar we bewogen wel in een postkaart. De Algarve lag erbij alsof ze net in bad was geweest en haar haren had gekamd. Het begin van een reis die mijn leven zou veranderen.

 

Camper life is iets wat je moet leren. Connor, een twintig jaar oude Fiat Riviera, is aan de binnenkant ongeveer 15 m2 groot. Dat betekent: twee stappen zetten en je bereikt de overkant. Alles is mini-mini, maar alle basisbenodigdheden zijn er wél: badkamer (toilet met douchekop erboven), fornuis (2 pitjes), ijskast (mét vriezertje), garage (opbergruimte achteraan). Slapen doe je in een smalle alkoof boven de rij- en passagierszetel. Zitten is onmogelijk, maar je wordt wel wakker met zicht op zonneglitters die de zee raken. Connor en ik cruiseden samen door het magische Iberia, altijd met onze neus aan het raam van de Atlantische Oceaan.

 

Terwijl ik thuis alles had waar iedereen van droomt - huis, job, relatie, vrienden - vertrok ik toch op roadtrip. Omdat het voelde alsof ik op de lopende band van het leven zat, terwijl ik zo graag wilde springen in het onbekende. En beter leren surfen, dat ook.

1/3
dit verhaal verscheen in Knack Weekend op 16/05/2018
Connor de camper, dat klinkt goed. Maar de naam is niet zomaar gekozen. Connor was het zoontje van Mieke en Madou, twee van mijn beste vrienden. Toen Connor stierf brak hun hart, dat van mij en dat van iedereen in onze omgeving. Ik kocht rond die periode de camper en samen besloten we om hem Connor te noemen. Op die manier krijgt hij een tweede leven. Connor de avonturier. Connor de surfboy. Ik zeg nooit 'mijn camper', ik zeg altijd Connor. Hoe vaker ik en anderen zijn naam uitspreken, hoe warmer het hart van de ouders wordt. Hun Connor zag de wereld, of toch een stukje. Het verklaart ook waarom de camper en ik onafscheidelijk waren op deze trip, ongeacht de hindernissen op ons pad.

Salt & wonder

Het duurt even voor je in droomland bent. Letterlijk 2400 kilometer tussen België en Portugal. Maar ook figuurlijk is de weg naar droomland geen brugje. Het is niet omdat je in een camper achter het stuur kruipt, dat de knop instant wordt omgedraaid. Ik reed en reed en reed. Er is geen plaats in West-Algarve waar ik niet gestopt ben. Als een bezetene ging ik op ontdekking, zonder doel of kompas. En stilaan kroop de Algarve in mij. Ze was als een tonic voor de geest en brak de muur van opgekropte stress, gejaagdheid en twijfels steen per steen af. De westkust blies de paniek in mijn piekerhoofd weg.

 

Als ik terugkijk op de trip, trekken herinneringen als zomerwolken aan een blauwe hemel voorbij. Ik heb nooit geweten dat Spanje of Portugal zo onherbergzaam en verlaten konden zijn. De mooiste stranden van Spanje zitten niet in het zonnige zuiden, maar in het ongetemde noorden. Die twee landen met hun klassieke imago hebben een wilde en woeste kant. Plekken waar je ziet wat mensen vijftig jaar geleden ook al zagen. In Portugal hangt een melancholische hunkering, de Portugezen hebben daar een woord voor: saudade. Álles gaat in deze landen trager. Soms kan dat frustrerend zijn (afspraken maken, interviews vastleggen, camper repareren...), maar Spanjaarden uit het noorden en Portugezen zitten anders in elkaar. Ze zijn niet gehaast, en dát is iets om jaloers op te zijn.

 

Ik leerde de mooiste en de liefste mensen kennen. Onbekenden ontmoeten, het hoort erbij, zeker als je alleen reist. Auteur Kio Stark schreef daar een boek over: When Strangers Meet. Het lag zeven maanden in mijn handschoenkastje. Ze schrijft over het plezier van het onverwachte gesprek. Wanneer sprak je voor het laatst een vreemde? Práát je ook nog met mensen, in plaats van alleen te whatsappen? In São Pedro de Moel hielp bijna een heel dorp Connor uit het zand te trekken. In de line-up in zee, op camperspots aan zee, in cafés met zicht op zee: oceaanmensen vind je overal. Je kunt ze niet definiëren aan de hand van leeftijd, nationaliteit of geslacht, maar ze delen sowieso een band.

Salt & wonder, die twee woorden vatten mijn reis samen. Ik stond op en ging slapen met zout op mijn huid. Ik surf al een vijftal jaar en kan het nog altijd niet goed. Maar golfje per golfje word ik beter. In je auto stappen en verschillende spots checken en vergelijken, niet-surfers begrijpen er niets van. Surfen is een obsessie, een verslaving. Surfen is hard werken en vervolgens héél traag vooruitgang zien. Lig je niet op het juiste punt in de golf, dan rolt die onder je door of crasht op je hoofd. Paddel je te traag, dan zegt de zee bye-bye. Elk strand was nieuw, en elke keer opnieuw paddelde ik door een angstmuur. De zee goed leren lezen duurt jaren. Maar zelfs sessies waar niets lijkt te lukken, geven happiness. Je zit ín die grote blauwe massa, en het voelt alsof ze je hoofd overneemt. Surfen is als dagdromen. Je harde schijf wordt gewist en problemen of zorgen verdwijnen. Het maakt niet uit hoe slecht je surft, je komt altijd met een beter gevoel uit de oceaan. De zee is als een maatje dat nooit teleurstelt.

 

Ontbijttafel als logeerbed

Was ik nooit eenzaam, wil iedereen weten. Tuurlijk wel. Maar nooit op een manier die me ongelukkig maakte. Alleen zijn helpt nadenken en geeft tijd om stil te staan. Hier in België, in haastland, rolt elke dag die lopende band in een razend tempo. Daar, in droomland, is er tijd en ruimte om te reflecteren over het pad in je leven. Loopt het echt in de richting die je wilt? 

Bovendien had ik vaak bezoekers in mijn rijdende huisje. Dat kan perfect, want de ontbijttafel is ook een logeerbed. Op mijn verjaardag bijvoorbeeld, hoorde ik geklop op de voordeur. Als je in een camper leeft en wildkampeert, betekent dat meestal politie. Maar surprise! Mieke en Madou, Connors ouders (zie boven), hadden in het geheim mijn locatie achterhaald en kwamen feestvieren. We sprokkelden boshout voor strandvuurtjes en visten Sagres pintjes uit de gekoelde zee, tussen rotsen die een sprookjeslandschap vormden. We stonden op en gingen slapen met Connor en schreeuwden onze stemmen hees op Woudn't It Be Nice van The Beach Boys.

 

Miste ik mijn vriend niet, wil iedereen ook altijd weten. Ze vragen het zo, maar ze bedoelen: gaat het niet goed tussen jullie? Als je niet op de vooraf bepaalde paden in de maatschappij loopt, wordt er algauw een etiket geplakt op je keuzes. Ik heb ze geteld, de dagen zonder hem. Het waren er 151. Want ook hij kwam me vaak bezoeken. Twintig jaar zijn we intussen samen en nog altijd is hij mijn allergrootste supporter. Hij was het die via Whatsapp mijn tranen stopte bij een inbraak. Of hartjes op Messenger stuurde als ik me eenzaam voelde. En hij was het ook, die fluisterde: "Als je op avontuur wilt, ga dan. Be a butterfly." Verlatenheid geeft je ook een groot geschenk: het herinnert je aan wie of waar je diep om geeft.

 

Altijd pinterest perfect?

Is van life altijd happy? Meestal wel, soms niet. Instagram, blogs of Facebook tonen enkel het avontuur en het zicht op zee. Maar als je krast op het Pinterest perfect plaatje, zit er dan een tweede laag onder? Hier vertel ik voor één keer ook over de andere kant. In Lissabon reed ik Connor vast onder een brug. Sta je daar in je eentje in een vreemd land, met een dak onder beton geplet. Tranen en paniek, al wist ik toen niet dat Paniek met een hoofdletter nog moest komen. Op Playa de Razo had ik een stalker. Een man hing rond de camper, nam foto's en klopte aan de deur. Nog geen twee weken later werd er ingebroken toen ik zelf binnen aan het werken was. Daar was de Paniek met grote P. Wat doe je op zo’n moment? Een: neem de baseballknuppel die je van een vriend als bescherming kreeg. Twee: plus de pepperspray vermomd als lipstick (van diezelfde beschermende vriend). Drie: zoek je inner evil face en loop naar voor. De beweging in de camper schrikte hen weg. Nu kan ik ermee lachen, toen gaf het mij wekenlang een onveilig gevoel.

 

Nog in Noord-Galicië vloog het dakraam van Connor weg tijdens een storm. Daar sta je dan, met een gat van twee meter in je huis. Repareren bleek onmogelijk, want de camper is zo oud dat de ramen niet meer geproduceerd worden. Ducttape to the rescue. Vanaf dat moment moest ik elke 3 à 4 dagen de natgeregende tape vervangen. De alkoof is niet meteen de meest bereikbare plek: je moet over het dak hangen om het raam te bereiken. Als je dergelijke kutmomenten met twee kan opvangen, kan je op zijn minst de frustratie delen. Op je eentje druppelt dat erdoor in tranen.

 

Op een dag blokkeerden de remmen toen ik van een heuvel naar beneden reed. Daar was de Paniek weer. Connor is op deze trip zes keer getakeld en achttien keer opgenomen bij de garagedokter. Ik had hem ooit gekocht voor 11.000 euro en de reparatiekosten zijn uiteindelijk opgelopen tot 6000 euro. Een oud beest is niet gemaakt om zo intensief op pad te gaan. Hij was te oud voor deze trip, de bejaarde opa gaf signalen dat het goed geweest was. Gingen de laatste weken achtereenvolgens stuk: stuur, licht, gas, ijskast, elektriciteit, warm water en bumper. Die laatste begon symbolisch af te brokkelen en sleepte bijna over de grond. Connor was moe.

 

Maar herlees nu even de passage over Connor en de betekenis van zijn naam. Mijn verstand wist dat de camper oud en versleten was en dat euro's in een steeds groter wordende put verdwenen. Maar mijn hart kon er geen afscheid van nemen. Ik belde takeldienst na takeldienst, maar opgeven deden Connor en ik nooit. Ik moest en zou hem veilig thuisbrengen en de kleine, lieve avonturier en surfboy leeft vandaag nog altijd verder.

Ik wilde uitdagingen, ik heb ze gekregen. De tegenslagen zijn intussen water under the bridge en wat ben ik trots op mezelf. Survivalmodus, check. Camper life is leven tot in de poriën. Ken je het gevoel dat je je zo hard in iets vastbijt en er zóveel tijd, liefde en energie in steekt, dat je nooit meer terug kunt? Ook al weet je dat je inspanningen aan het absurde grenzen. Dromen zijn als surfwax: ze laten niet los.

 

Dromen zijn als surfwax

De negatieve ervaringen passen in een paar kolommen, voor de onvergetelijke momenten had ik driehonderd pagina's nodig. Want sinds deze zomer is mijn gids Surf & Stay uit, met tips voor surf- en camperspots, verborgen hotels en de beste visrestaurants. Het is een visual travel guide met foto's die poëzie schrijven in de oceaan. Ik ben aan de trip begonnen met een lijst to do's: ik wilde mezelf heruitvinden en een eigen project starten. Ik doe mijn job al vijftien jaar en voelde een drang om 'iets anders te gaan doen'.

© Géraldine van Wessem
Heeft het avontuur mijn leven veranderd? Ja. Want intussen heb ik mijn job als architectuurjournalist bij Knack Weekend opgezegd. Een terugkeer naar het 'normale' leven was geen optie. Ik voelde me gevangen in het hokje van een vaste job, tussen stilstaande auto's op de E40. Wat ben je met een mooi inkomen als je geen tijd hebt om ervan te genieten? Ik leefde maandenlang op een minibudget en dat ging perfect. Het is een les die ik door het kraanwater wil mengen. Geef mij maar ducttape-momenten boven filerijden, any time. Liggen staren naar een inktzwarte sterrenhemel, we doen dat te weinig. Traagheid koesteren. Verdwalen (in het leven), een stilaan uitgestorven discipline. Ik heb geen inkomen op dit moment, maar het idee dat ik niet meer geleefd word, verstikt door deadlines, is elke euro van mijn spaargeld waard. Hopelijk brengt de toekomst nog meer salt & wonder. Groetjes uit droomland.